Zet je lamp
omlaag.
Een koplamp die recht vooruit schijnt, verblindt iedereen die je tegemoet komt — soms minutenlang. Één simpele afstelling lost het op, en jij ziet zelf nog altijd prima de weg.
Zo ziet de tegenligger jou: alleen nog sterretjes, drie minuten lang.
Perfect. Jij ziet de weg, niemand kijkt in je lamp.
De donkere maanden zijn terug. Regen, wind, kou — en de jaarlijkse terugkeer van de mega-fietsstraal. Je kent het type: een lamp zo fel dat je even denkt dat er een auto met grootlicht aankomt, tot blijkt dat het gewoon Jan is, op zijn omafiets. Of een kind op de fatbike. Of, ja, ook een wielrenner met een lamp die eigenlijk voor een bergafdaling bedoeld is.
Ik snap het enthousiasme om gezien te worden, echt waar. Maar niemand hoeft recht in de lichtbron te kijken. Na elke tegenligger zie ik drie minuten lang alleen nog sterretjes — en niet de romantische soort.
Dus: richt dat licht op de weg, niet in andermans gezicht. Het is veiliger, vriendelijker, en voorkomt dat iemand tijdelijk verblind in de sloot belandt door jouw persoonlijke zonnetje.
Deze site draait op koffie, niet op advertenties
Geen banners, geen trackers — gewoon een fietser die iedereen graag verblindingsvrij thuis wil laten komen. Vond je dit nuttig? Een kopje koffie houdt de site draaiende.
☕ Trakteer me op een koffieEén lamp, twee taken
Een goed afgestelde koplamp doet twee dingen tegelijk: jou laten zien, en zelf laten zien. Die twee vragen om een andere richting.
Zacht licht, naar voren
Het verstrooide, zwakkere deel van je lamp mag vooruit schijnen. Dat is wat andere weggebruikers laat zien dát jij er bent — geen felle bundel nodig, alleen zichtbaarheid.
Fel licht, naar het asfalt
Het krachtige, gebundelde deel hoort op de weg gericht te zijn — dát geeft jou optimaal zicht. Schijnt dit deel te veel naar voren, dan verblind je iedereen die je passeert.
De regels op een rij
Fietsverlichting is geen vrijblijvend accessoire. Dit zijn de basisregels waar elke fietser zich aan houdt.
Kleur
Wit of geel licht voor, rood licht achter. Niets anders.
Niet knipperen
Voor- en achterlicht moeten constant branden, niet knipperen.
Richting
Voorlamp recht vooruit én naar beneden gericht. Achterlamp recht naar achteren.
Wanneer verplicht
Tussen zonsondergang en zonsopgang, en overdag bij ernstig belemmerd zicht.
Losse lampjes
Mogen aan kleding of tas, maar alleen op het bovenlichaam — borst of rug.
Wat niet mag
Spaakverlichting of meer dan één koplamp op je fiets is niet toegestaan.
Nog even dit
— Hoe laat moet mijn lamp aan?
Tussen zonsondergang en zonsopgang altijd. Overdag alleen wanneer het zicht ernstig wordt belemmerd, bijvoorbeeld door zware regen of mist.
— Hoe fel mag mijn fietslamp zijn?
Zolang je goed zichtbaar bent, is dat prima — het gaat niet om minder licht, maar om de juiste richting. Fel licht hoort op de weg, niet in de ogen van anderen.
— Waar vind ik meer tips?
Check de ANWB-pagina over fietsverlichting voor uitgebreide productadvies en onderhoudstips.